Featured

Start

Jarenlang heb ik met columns in hoofdzakelijk de Hoogeveense Courant mijn verhalen kwijt gekund. Jarenlang heb ik daar ook erg veel plezier aan beleefd. Ik schrijf over de zaken van alledag, wat me opvalt en wat me raakt. Nu ik weer wat jaartjes ouder ben geworden, zal ik mijn mening niet schuwen en ook meer vanuit mezelf schrijven. Daarnaast verdient het opmerking, dat, als ik al namen gebruik, deze wel eens verzonnen zouden kunnen zijn, in tegenstelling tot de gebeurtenis die ik beschrijf. Hartstikke leuk dat je de moeite neemt iets van en over me te lezen! Hoop dat ik je niet verveel en dat je snel terugkomt! Reclame maken mag ook altijd, natuurlijk!

Annabel

“Dokter, kunt u even komen breng uw beste medicijn”

Ik denk dat ik zo’n jaar of acht, negen moet zijn geweest toen ik als jochie voor het eerst echt verliefd werd. Ik was natuurlijk als korfballer al wel ervaren genoeg om met meisjes te spelen, maar schuifelplaatjes als “Angie” van de Rolling Stones en “Hey Jude” van de Beatles waren toch wel andere koek. Om je armen om een leuk meisje te slaan en met haar heel close mee te wiegen met de, zelfs in die tijd, al oude muziek. Ik heb echt geen idee meer, of ze nu blauwe, bruine of groene ogen had, maar weet wel dat zij in de laatste klassen van mijn lagere schooltijd een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Vrienden voor het leven. Liefde die nooit kapot zou gaan. Totdat zij aan het eind van de zomer van klas 6 aan mij verklaarde, dat ze de verkering maar beëindigde, omdat ik de middelbare school op een andere plek ging beleven dan zij. En wij daardoor elkaar toch uit het oog zouden gaan verliezen en liefde toch maar slechts betrekkelijk was.

Ik denk nog vaak aan Annabel.

Nu ik inmiddels aardig oud ben geworden realiseer ik me, dat ik dergelijke oprechtheid en eerlijkheid nauwelijks meer heb ervaren. Toegegeven, ik leefde een happy life, de wereld was eigenlijk niet groot genoeg. Alles zat mee. Ik kon goed leren, blonk uit in mijn sport, kon mezelf sociaal goed uitdrukken, mocht mijn eigen werk creëren en kreeg twee fantastische kinderen. Ik dreef op mijn gevoel en mijn vermogen om mensen te “lezen” en was gelukkig. Wat wil je dan nog?

Totdat er zeven jaar gelden ineens scheurtjes ontstonden in fundering. En bleek, dat de enige zakelijke beslissing die ik in mijn leven (tot dan) op ratio had genomen, faliekant verkeerd uitpakte. Vooraf gemaakte afspraken bleken waardeloos en ik moest me maar redden. Toen ik wat later ook nog eens mijn vierentwintigjarige relatie kwijtraakte door leugens en bedrog van een levenspartner waar ik oud mee wilde worden, zakte ik alleen nog maar verder weg. Zelfs onlangs heb ik weer mogen ervaren, dat het een wereld van “ieder voor zich” is geworden. Waarin gemaakte zakelijke, ja, zelf vriendschappelijke afspraken opnieuw zonder waarde bleken en ik met een drup aan de neus maar moest zorgen dat ik mijn eigen broek ophield. Je leert je vrienden kennen, waarde lezer.

Natuurlijk doe en deed ik zelf heus niet alles goed. Ik stond erbij en keek er naar. Het is me heus niet zomaar overkomen. Het is nu eenmaal zo, dat ik geen dubbele bodem heb of een verborgen agenda bezit. Je krijgt wat je ziet. Zo oprecht en eerlijk mogelijk. En afgezien van die hedendaagse vijfentwintig kilo teveel is dat heel wat, al zeg ik het zelf.

Ach, er zijn in de laatste jaren heus voldoende mensen geweest die het met me geprobeerd hebben. Hier en daar zelfs erg lief, maar volstrekt kansloos natuurlijk. Je kunt ook niet van een ander verwachten dat zij in hun leven een plek inruimen voor een eigenzinnig mens als ik. Met mijn schreeuw om hulp, die ik zelf nog niet eens precies kan plaatsen of duiden.

In dit jaar (2020) is het feitelijk zeven jaar geleden, dat alle ellende begonnen is. En ofschoon ik weinig Bijbelvast ben ken ook ik het verhaal van de zeven magere jaren uit Genesis 41. Inmiddels heb ik een beslissing genomen wat een keerpunt in mijn leven zal moeten zijn. Wat betekent, dat ik de laatste maanden tot een dieptepuntrecord ben gezonken. Maar wel een beslissing waar ik achter sta en waarvan ik het geloof heb dat dit de juiste is. Zonder hulp van mensen om mij heen die net doen alsof. Mensen die met de mond iets belijden, maar waarvan het hart anders spreekt. Een beslissing die het einde zal betekenen aan de zeven lastige jaren.

De laatste maanden ga ik in gedachten nog vaak terug naar die verjaardagsfeestjes aan de Antigonestraat. Die tijd van onbezonnenheid en onbevangenheid. Ik denk dan aan de Oude Gracht, aan de Van Eupenschool en voetbal op het plein. Aan respect en eerlijkheid, ondubbelzinnigheid en openheid en aan onvoorwaardelijke vriendschap.

Ik denk nog vaak aan Annabel. Ze moest eens weten…

Vakantiegroet!

(“Oh, the pictures have all been washed in black”)

Hey Klaas!

Alles goed met je? Hoor op het nieuws, dat het daar al lekker koud aan het worden is! Denk je dat je daar nog ergens wat thermo-ondergoed kunt kopen? Dat ben je namelijk vergeten! Het was ook zo hectisch allemaal, jouw vertrek…! Nee, ik ben niet meer boos en zeker niet op jou. Ik begrijp de druk die er op je gelegd werd. Hoewel ik toch wel vind, dat we, als je weer terugbent, er nog eens goed over moeten praten.

Ik heb je advies gevolgd en heb direct een afspraak gemaakt bij de huisarts. Heb die beste man nog nooit zo ernstig naar me zien kijken. Bloed afgenomen en gecontroleerd en wat denk je…? Ik mankeer helemaal niks. Na twee bezoeken heeft hij me doorverwezen naar de lange bank. Hahaha, grapje, Klaas. Die psychologen werken tegenwoordig niet meer met lange banken. Gewoon design-interieur en een Nespresso-apparaat. Inmiddels kom ik daar zowat elke dag, maar ik moet dan ook wel bekennen dat ik er baat bij heb. Althans, zo voelt het. Want eigenlijk zegt hij niets anders dan dat jij deed. Ik moet me niet zo aanstellen. Ik moet uitgaan van mijn eigen kracht. Mijn competenties zoeken. Mijn zwakke punten onderkennen. En zo. Ik begrijp eigenlijk maar half wat hij me allemaal vertelt, maar hij heeft wel een leuke secretaresse, weet je!

Daarentegen roept mijn vakbondsman juist, dat ik op de barricade moet gaan staan. Mijn positie veilig moet stellen. Een rechtszaak moet beginnen. Zucht. Ik slinger van oost naar west en van noord naar zuid met mijn gevoelens, Klaas. Eén ding is zeker: zonder jou ben ik alleen.

Heb ook geprobeerd om eens wat anders te gaan doen. Lange wandelingen aan het strand. Dom televisie kijken. Broccoli eten. En een cerveza drinken bij Juan, die mij op alle manieren ondersteunt. Ook daar ga ik dan maar iedere dag heen.

Je moet de groeten hebben van Emilio. Ik trek veel met ‘m op. Heb nooit beseft dat hij ons zo graag zag gaan. Hij is best ondeugend, kan ik je vertellen. En dat heb ik niet eens van mezelf! Manuela vertelde me gisteren met rode wangen dat, nu de stallen toch drie weken leeg staan, hij daar meer activiteit heeft dan alleen het schoonmaken!

Jouw telefoontje gisteren deed me goed. We zijn ook al zo lang vrienden. Maar doe me een lol en praat me alsjeblieft niet meer over “de kleur”. En dat ik me ook best (met vegen en wat blauwe schmink) aan had kunnen passen. Net alsof jij zo lekker bij de tijd bent met al dat haar en je oubollige kleding. Neem voortaan gewoon je Ipod mee, in plaats van die Flexaverf-gouden stok.

Ik peins me suf de laatste dagen na je vertrek. Wat een onnozel gedoe en wat een nog onnozeler discussie in dat platte land. Het houdt maar niet op, lijkt het wel. Ben ik daarom nu thuisgebleven? Zo onrechtvaardig. Natuurlijk weet ik dat argumenten als “traditie” en “folklore” ons naar de buitenwereld toe altijd geholpen hebben en nu ter discussie worden gesteld. Dat kan me ook allemaal niet zoveel schelen; onze samenwerking blijft gewoon lekker plat en hypercommercieel. Maar een slavenrol…? Ikke? Tsss… net alsof niemand doorheeft, dat ik thuis de broek aan heb. En niet jij, Klaas. Je moet eerlijk zijn!

Ach, ik neem het er maar eens van. Per slot van rekening is een vakantie voor mij ook niet zo verkeerd. Aldus mijn psycholoog. Heb vanmiddag met Manuela afgesproken om naar Juan te gaan.

Hey Klaas, doe je ding daar, man! En veel plezier met de kids! Tot over een paar weken. Kan haast niet wachten tot je weer terug bent. Groeten,(Zwarte) Piet

Saarburg

“I’m older now, but still running against the wind”

“Hier in dit licht zijn we nauwelijks ouder”

Juli 1987.
Een aantal opgeschoten jongens reizen met een gehuurde auto en een vouwwagen van één van hun ouders in de richting van Italië voor een vakantie. Om het rijden niet te lang te laten zijn, maken ze een tussenstop in Saarburg, vlak onder Trier, niet eens zo ver Duitsland in. Een prachtig mooi vakantiepark boven op een (Wars-)berg, met schitterende vergezichten en alle moderne faciliteiten. De geschiedenis vertelt, dat ze Italië nooit hebben bereikt!
Ik kon toen onmogelijk beseffen, dat het de start was van de belangrijkste fase uit mijn leven.

Tuurlijk, het was daar prachtig. Heuveltjes, riviertjes, wijnvelden en de heerlijke stad Trier in de buurt. Maar het waren die 20/25 andere leeftijdsgenoten die samen met mij aan het werk kwamen op dat vakantiepark, die het echt speciaal maakten. Voor mij betekende het een plekje als barkeeper in een toen nog bruin café op de camping. Gelooft u mij: nergens leert men meer dan in de horeca! Het plezier dat we met elkaar hadden maakte dat we allemaal – zonder er bij na te denken – toezegden om iedere vrije minuut die we hadden daar aan het werk te gaan. Jarenlang.

De 6 jaar VWO-Duits kon in de prullenbak en pas daar heb ik de taal leren spreken. Al snel dikke maatjes met de plaatselijke bevolking, zodat ik me vlug geen toerist meer voelde.
Snoeihard werken, maar tegelijk genieten van de vrijheid. Alle wijnfeesten in de regio bezocht. En als ik alleen wilde zijn gewoon midden in de nacht naar Trier om in “Korrekt” (het bestaat al lang niet meer) te genieten van de gemêleerde bezoekers daar. Of met een fles wijn de Trierer heuvels in om onder de Mariensäule met m’n muze te genieten van het uitzicht over de oudste stad van Duitsland. Om vervolgens samen tot het ochtendgloren door de stad te “bummeln” om tegen 05.00 uur bij een bakkertje wat warm brood te scoren, te ontbijten en met de trein weer naar Saarburg te reizen, zodat ik tegen 10.00 uur weer fris aan het werk kon! Zucht, wat een mooie tijd…

Ik leerde daar hoe het leven in elkaar stak. Leerde hoe ik om moest gaan met andere mensen; leerde met name van hun verhalen. Leerde dat niets voor niets is en dat, wil je iets bereiken, je iets graag moet willen en er echt iets voor moet doen. Leerde, dat toeval niet bestaat. Vriendschappen uit die periode blijken vriendschappen voor het leven. Relaties, huwelijken, kinderen en de vreemdste samenwerkingsverbanden. We wonen kriskras door het hele land, maar zien elkaar nog regelmatig en in de moeilijke tijden waarin ik me de laatste jaren bevind, prijs ik me regelmatig gelukkig met hun aanwezigheid en hun onvoorwaardelijke steun.
Mocht u als lezer behoefte hebben om daar eens te gaan kijken: mail me eerst. De kans is dan erg groot dat we elkaar daar tegen gaan komen!

Augustus 2019.
Ik kijk naar dezelfde rivier, naar dezelfde berg en dezelfde ruïne boven de Altstadt van Saarburg. Alles is alleen maar een beetje ouder geworden. Vanavond even in Mannebach schnitzeltje eten in de binnenplaats van de Brauerei. Morgen naar Steffi bij Othegraven in Kanzem. Dan het Karl Marx-huis en het Weinhaus in Trier voor een lekker drankje? Ach, er is hier zoveel waar ik gelukkig kan zijn. De sfeer hangt er nog; mijn gevoel is hier nog steeds op zijn best. Ken hier de weg, zeker net zo goed als thuis. Mijn moeder en ik zitten aan de oevers van de Saar op het terras, kijken elkaar aan en we heffen eensgezind ons glas. Met enige weemoed proosten we samen op het leven.
Glück auf!

Plastic bakje

“Komm’ ich trag’ dich durch die Leute
Hab’ keine Angst, ich gebe auf dich Acht

Dat jochie. Ik zie hem daar nog liggen in dat plastic bakje, dienend als wiegje in het ziekenhuis bijna zestien jaar geleden. Hij claimde in één klap de nummer één positie in ons huis, welke eer hij zo’n 22 maanden later overigens wel moest delen met z’n zusje. Ik weet zeker, dat het hem niks uitmaakt.

Dat jochie, dat moest leren om door te slapen, om vast voedsel te eten en om te praten. Had met fietsen (in tegenstelling tot zijn voormelde zusje) niets, maar kon eerder voetballen dan dat hij kon lopen. Mocht op z’n vierde al een heuse competitiewedstrijd spelen in de F3. Havelte uit, altijd lastig. Toen al ongrijpbaar en uiterst trefzeker.

Dat jochie, dat er blijk van gaf, ook in het grote stadion met ruim 30.000 lawaai schoppende supporters, veel verstand te hebben van het door hem zo geliefde spelletje. Vol aandacht de volle negentig minuten lang een wedstrijd volgen. En dat terwijl ie nog vijf moest worden!

Dat jochie, dat ongevraagd al vroeg werd geconfronteerd met tegenslag en een – gelukkig – tijdelijke ziekte. Met medicijnen die hem gefrustreerd over het veld lieten lopen, omdat zijn lichaam eventjes niet meer deed wat hij in zijn hoofd had. Leg dat maar eens uit aan een gezonde jongen van acht/negen jaar oud.

Dat jochie, dat flierefluitend door de lagere school ging en een gouden toekomst werd beloofd, omdat hij er blijk van gaf best pienter te zijn. Die, eenmaal op de “grote school”, moest en moet ervaren dat er in het leven niets zomaar komt aanwaaien!

Dat jochie, dat mij vorig jaar doodleuk vertelde zelfstandig – dus: zonder papa’s hulp – gesolliciteerd te hebben, aangenomen te zijn en al gewerkt te hebben bij een bevriend horecabedrijf in de buurt. Met inmiddels uiterst positieve kritieken van zijn bazen en een gezonde wil om te werken.

Allemaal dat kleine kereltje. Over een maand pas zestien maar nu al een kop groter dan ik.

Morgenochtend om half 11 ben ik, als teamleider, bij het vlaggenschip van mijn plaatselijke voetbalclub. Mijn Joris mag – zonder mijn bemoeienis! – meedoen bij de eerste training en de voorbereiding op het seizoen van de echte mannen. Zeker niet voor een basisplaats, ondanks zijn inzicht, instinct en fluwelen techniek. Nog veuls te jong en niet genoeg spek op de botten. Maar man, wat ga ik op dat bankje naast het veld een potje zitten genieten. Of ik trots ben? Wat dacht u..? Onmeunig!
Dat jochie…

Max

“Better stop dreaming of the quiet life,
‘cause it’s the one we’ll never know”

In de tijd dat ik nog columns schreef in de krant, was de eindredacteur mijn geweten. Hij liet me haarfijn en subtiel weten wanneer ik “stond” en dat ik vooral moest zorgen mijn deadline te halen. Nu, met hedendaagse blogs, is frequentie een woord dat enkel bestaat in de structuur van mijn eigen leven. En daar ontbreekt het nog wel eens aan! Ik ga mijn best doen om met enige regelmaat wat te schrijven. Ik ben deze blog begonnen met over mijn gevoel te schrijven. Welnu. Het volgende gebeurde me onlangs.

Ik stel u voor aan mijn vriend Max. Max is een Nederlandse ondernemer, die het in het buitenland hartstikke goed doet. Een kerel met een zeer sterke eigen mening. Een selfmade man die nog steeds machtige principes hanteert waar niemand aan kan tornen. Als hij iemand niet mag, is dat voor het leven en verandert hij niets aan zijn mening.

Ik heb Max nu zo’n drieëndertig jaar geleden leren kennen. Hij is geboren in het gedeelte van Nederland dat uiteindelijk mijn woonstede is geworden en ik mocht toen al graag met hem op stap. Waardoor ik ook langzaam de mensen om hem heen heb leren kennen, waaronder zijn leermeester John uit het westen van Nederland. John, die Max begeleidde naar zijn eerste echte bedrijf. Ik heb John al zeker 28 jaar niet meer gezien.

Onlangs was ik op BBQ-uitnodiging met een paar anderen weer eens bij Max. Wel een stukje rijden want hij woont niet naast de deur, maar de Brabander zegt “dan hedde ok wa”. Na wat wijn kwamen de onvermijdelijke oude koeien en tot mijn verbazing wist Max me tot mijn enthousiasme te vertellen dat John opnieuw een horecabedrijf was gestart, helemaal niet zo ver verwijderd van mijn mooie dorp. “Maar”, zo verklaarde Max, “daar ga ik niet heen. Hij heeft me op mijn ziel getrapt.” Vol ongeloof hoorde ik zijn verhaal aan. De blik in de ogen van Max’ broertje zei me genoeg. Doe maar niet; verspilde moeite. Het bleek, dat Max John ook al ruim 20 jaar niet meer gezien had…

Wat heb ik toch vele, vele avonden en nachten met Max en John aan diverse barren uit/in alle windstreken doorgebracht. Discussiërend over ondernemerschap waar ik toen, als kersverse Nijenrodiaan, natuurlijk alles van af wist. Ach, wat was ik groen en moest ik nog veel leren. We gingen met elkaar op stap, zwierven door Nederland, België en Duitsland, ja, ik heb zelfs eens in Eindhoven moeten getuigen in een onzinnige, onschuldige rechtszaak tegen John. Leven in een roes, uit wetenschap dat we “larger than life” waren en alles aan konden. Ik kon maar niet begrijpen, dat Max zonder zelfs maar een goed gesprek John aan de kant had geschoven.

Geenszins wierp deze openbaring een smet op de BBQ-avond. We dronken en we aten en we hadden de grootste lol. Mooi om alle verschillende ervaringen en onze kijk op het leven uit te wisselen en om te constateren dat er heus meer moest zijn tussen hemel en aarde. Met wat weemoed en een dikke knuffel namen we aan het eind van de avond afscheid van elkaar. Max keek me aan en vroeg me wat schuchter of hij, als hij weer in de buurt zou zijn, mij kon bellen om een hapje te gaan eten bij…John!

Nadat we uiteindelijk in bed lagen ben ik in slaap gevallen met diezelfde glimlach die ik had toen ik bij Max in de auto stapte. Met mijn gevoel zit het de laatste tijd wel weer snor. Volgende week eens een tafeltje reserveren bij John!

Gevoelsmens

“We’re caught up in the dailies
and an ever changing mood”

Opvallend hoe vaak ik de laatste jaren spreek met mensen die met me begaan zijn. Mensen die verklaren met me mee te voelen; het begrip “gevoelsmens” zal wel een beeld zijn van deze tijd. Er wordt breedvoerig gesproken over emotie, gedachten en verlangens. Iedereen vind je aardig, leeft met je mee, maakt zich zorgen over je en empathie is ineens geen moeilijk woord meer.

En ach, natuurlijk is het dikke prima om je gevoel te delen of er over te praten. De Nederlandse wereld is in de laatste 20 jaar al individualistisch genoeg geworden. Maar het gemak waarmee sommigen menen zich mijn gevoel eigen te hebben gemaakt, stuit me af en toe wel eens tegen de borst. Ik heb bij mezelf al heel veel jaren geleden moeten constateren, dat de hooggevoeligheid die ik bezit een gigantisch obstakel kan zijn. Het heeft me in ieder geval bijna vijf jaar gekost, voordat ik weer de spreekwoordelijke pen durf op te pakken om verhaaltjes te schrijven en om dingen te delen.

Ik vraag me af hoe de moderne “gevoelsmens” zou omgaan met alle spanningen in een ruimte waar veel mensen zijn. Ik vraag me af hoe de moderne gevoelsmens zou reageren op emoties als angst, onzekerheid, verdriet maar ook plezier van een ander die rechtstreeks overslaat op een lichamelijke reactie bij hunzelf. Waardoor ze wel eens een paar nachten slecht zouden kunnen slapen. En ik vraag me af hoe diezelfde moderne gevoelsmens zou omgaan met het gevoel dat hij of zij bedrogen wordt of gaat worden door datzelfde, eigen gevoel. Denk daar allemaal maar eens over na, gevoelsmensen. Om knettergek van te worden. Toch?

Ik voel me gezegend met een aantal oude en zeer goede vrienden en vriendinnen. Wiens emoties ik evenzogoed voel maar waar ik makkelijk mee om kan gaan. En van wie ik de lichamelijk reactie zonder een kik te geven accepteer, omdat er nu eenmaal een sterke band is. Een band die weliswaar onvoorwaardelijk maar door mij niet uit te leggen is, overigens. Toen ik in een van de drukste en meest emotionele weken van mijn leven (vlak voor mijn huidige vakantie) onverwacht op een avond met zo’n vriend in een chinees restaurant in Zwolle terechtkwam, wist deze te vertellen dat het in sommige gevallen beter is om simpelweg om te draaien, weg te lopen en nooit meer achterom te kijken.

En dat is voor mij best lastig, want ik interesseer me voor mensen. Mag graag omgaan met mensen. Luisteren naar mensen. Maar net als mijn vader destijds krijg ik steeds meer vragen om hulp of aandacht van anderen die het lastiger hebben dan ikzelf. Wiens emotie ik vervolgens opzuig. Waardoor ik het weer voor de kiezen krijg en veel tijd nodig heb om te herstellen. Terwijl ik met mijn eigen vragen en met mijn eigen gevoel blijf zitten, omdat daar nu eenmaal geen tijd voor is. En dat wil ik allemaal niet meer.

Conclusie. Mocht u met mij in aanraking komen en mocht ik ineens omdraaien, weglopen en niks meer van me laten horen: wees dan niet ongerust en maak u geen zorgen. Of ik meld me op termijn wel weer een keer, of ik doe dat niet. Ik neem aan, dat ik dat niet uit hoef te leggen. U bent toch immers gevoelsmens genoeg om me te begrijpen..?