“Dokter, kunt u even komen breng uw beste medicijn”
Ik denk dat ik zo’n jaar of acht, negen moet zijn geweest toen ik als jochie voor het eerst echt verliefd werd. Ik was natuurlijk als korfballer al wel ervaren genoeg om met meisjes te spelen, maar schuifelplaatjes als “Angie” van de Rolling Stones en “Hey Jude” van de Beatles waren toch wel andere koek. Om je armen om een leuk meisje te slaan en met haar heel close mee te wiegen met de, zelfs in die tijd, al oude muziek. Ik heb echt geen idee meer, of ze nu blauwe, bruine of groene ogen had, maar weet wel dat zij in de laatste klassen van mijn lagere schooltijd een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Vrienden voor het leven. Liefde die nooit kapot zou gaan. Totdat zij aan het eind van de zomer van klas 6 aan mij verklaarde, dat ze de verkering maar beëindigde, omdat ik de middelbare school op een andere plek ging beleven dan zij. En wij daardoor elkaar toch uit het oog zouden gaan verliezen en liefde toch maar slechts betrekkelijk was.
Ik denk nog vaak aan Annabel.
Nu ik inmiddels aardig oud ben geworden realiseer ik me, dat ik dergelijke oprechtheid en eerlijkheid nauwelijks meer heb ervaren. Toegegeven, ik leefde een happy life, de wereld was eigenlijk niet groot genoeg. Alles zat mee. Ik kon goed leren, blonk uit in mijn sport, kon mezelf sociaal goed uitdrukken, mocht mijn eigen werk creëren en kreeg twee fantastische kinderen. Ik dreef op mijn gevoel en mijn vermogen om mensen te “lezen” en was gelukkig. Wat wil je dan nog?
Totdat er zeven jaar gelden ineens scheurtjes ontstonden in fundering. En bleek, dat de enige zakelijke beslissing die ik in mijn leven (tot dan) op ratio had genomen, faliekant verkeerd uitpakte. Vooraf gemaakte afspraken bleken waardeloos en ik moest me maar redden. Toen ik wat later ook nog eens mijn vierentwintigjarige relatie kwijtraakte door leugens en bedrog van een levenspartner waar ik oud mee wilde worden, zakte ik alleen nog maar verder weg. Zelfs onlangs heb ik weer mogen ervaren, dat het een wereld van “ieder voor zich” is geworden. Waarin gemaakte zakelijke, ja, zelf vriendschappelijke afspraken opnieuw zonder waarde bleken en ik met een drup aan de neus maar moest zorgen dat ik mijn eigen broek ophield. Je leert je vrienden kennen, waarde lezer.
Natuurlijk doe en deed ik zelf heus niet alles goed. Ik stond erbij en keek er naar. Het is me heus niet zomaar overkomen. Het is nu eenmaal zo, dat ik geen dubbele bodem heb of een verborgen agenda bezit. Je krijgt wat je ziet. Zo oprecht en eerlijk mogelijk. En afgezien van die hedendaagse vijfentwintig kilo teveel is dat heel wat, al zeg ik het zelf.
Ach, er zijn in de laatste jaren heus voldoende mensen geweest die het met me geprobeerd hebben. Hier en daar zelfs erg lief, maar volstrekt kansloos natuurlijk. Je kunt ook niet van een ander verwachten dat zij in hun leven een plek inruimen voor een eigenzinnig mens als ik. Met mijn schreeuw om hulp, die ik zelf nog niet eens precies kan plaatsen of duiden.
In dit jaar (2020) is het feitelijk zeven jaar geleden, dat alle ellende begonnen is. En ofschoon ik weinig Bijbelvast ben ken ook ik het verhaal van de zeven magere jaren uit Genesis 41. Inmiddels heb ik een beslissing genomen wat een keerpunt in mijn leven zal moeten zijn. Wat betekent, dat ik de laatste maanden tot een dieptepuntrecord ben gezonken. Maar wel een beslissing waar ik achter sta en waarvan ik het geloof heb dat dit de juiste is. Zonder hulp van mensen om mij heen die net doen alsof. Mensen die met de mond iets belijden, maar waarvan het hart anders spreekt. Een beslissing die het einde zal betekenen aan de zeven lastige jaren.
De laatste maanden ga ik in gedachten nog vaak terug naar die verjaardagsfeestjes aan de Antigonestraat. Die tijd van onbezonnenheid en onbevangenheid. Ik denk dan aan de Oude Gracht, aan de Van Eupenschool en voetbal op het plein. Aan respect en eerlijkheid, ondubbelzinnigheid en openheid en aan onvoorwaardelijke vriendschap.
Ik denk nog vaak aan Annabel. Ze moest eens weten…